Transities stranden tussen organisaties.

Chris Wever, oprichter van Catemo
Een transitie vraagt zelden één doorbraak binnen één bedrijf. Ze vraagt een keten die nog niet bestaat: een nieuwe configuratie van bedrijven, kennisinstellingen en publieke partijen.
Lithium uit een afgedankte batterij wordt pas weer grondstof als iemand de batterij herkent in het afval, iemand hem veilig vervoert, iemand hem ontlaadt en iemand de zwarte massa raffineert tot een metaal dat een celfabrikant wil kopen. Elk van die schakels kan bestaan. De keten bestaat pas als ze op elkaar aansluiten.
In mijn werk aan regionale transitieopgaven zag ik steeds dezelfde beweging. Er is een missie en er is budget. Er komt een bijeenkomst, en wie zich meldt, vormt de coalitie. Pas in de uitvoering blijkt welke schakel leeg was.
De eenheid klopt niet
De oorzaak is geen gebrek aan inzet. Het is een verschil in eenheid. De opgave heeft de keten als eenheid; het gereedschap heeft het bedrijf als eenheid. Het handelsregister telt bedrijven. Staatssteun rekent per onderneming. Elke database die ik ken, heeft het bedrijf als rij. Consortiuminstrumenten bestaan, en ze zijn precies daarom de zware uitzondering.
Het bedrijf is de rij.
De keten is de eenheid.
Wie die twee eenheden op elkaar wil leggen, doet dat met de hand. Een adviseur of programmamanager vertaalt bedrijfsdata naar ketenrollen, in zijn hoofd of in een spreadsheet. Dat kost dagen per vraagstuk, en de vertaling komt terug zonder bronnen. Niemand kan achteraf zeggen waarom deze partij wel op de lijst stond en die andere niet.
Wat je in het veld terugziet
Uit dat ene verschil volgt wat iedereen in het veld herkent. Omdat geen instrument vastlegt wat een organisatie op rolniveau kan, val je terug op wie je al kent. Omdat niets de keten als geheel registreert, zie je pas in de uitvoering welke schakel ontbrak. En omdat de vertaling in iemands hoofd gebeurt, is de keuze achteraf niet te verantwoorden, niet aan een stuurgroep en niet aan een rekenkamer.
Daaronder zit een gevolg dat minder zichtbaar is. Veel organisaties weten zelf niet welke rol ze in een transitie kunnen spelen. Een bedrijf dat sensoren maakt voor de landbouw, herkent zichzelf niet in een oproep over batterijrecycling. Je kunt niet netwerken naar partijen die zichzelf niet herkennen, hoeveel bijeenkomsten je ook organiseert. Alleen zoeken op wat ze aantoonbaar kunnen, bereikt ze.
Wat daaruit volgt
Als het verschil in eenheid het probleem is, dan is een betere bedrijvendatabase niet de oplossing. Een keten laat zich niet achteraf op een lijst van bedrijven schroeven. Wat nodig is, is een instrument waarin de rol de rij is. Een missie wordt ontleed in rollen, per rol staan de partijen die er aantoonbaar passen, en bij elke claim staat de bron.
Zo'n instrument moet ook eerlijk zijn over wat het niet weet. Bij een leeg vak moet je kunnen zien of er niemand is, of dat er niemand gevonden is. In dat verschil zit de beslissing. In het eerste geval kies je tussen zelf ingrijpen, de schakel van buiten halen of de missie bijstellen. In het tweede geval zoek je eerst verder.
Catemo is mijn poging dat instrument te bouwen. Het ontleedt een missie en toetst per rol wat er aantoonbaar is. Ketens vormen doet het niet. Dat blijft het werk van mensen die partijen bij elkaar brengen, en zo hoort het ook.
Wanneer ik ongelijk heb
Deze redenering is te toetsen, en ik wil weten waar ze breekt. Stel dat programmamanagers met een ketenkaart in de hand vooral vragen welke bedrijven het systeem vond, en niet welke rollen leeg zijn. Dan is de keten als eenheid voor hen te abstract, en blijft alleen het praktische deel over: van missie naar rollen.
Als de kaarten vooral bevestigen wie men al kende, dan voegt zoeken op wat organisaties kunnen minder toe dan ik denk. En als het openbare bewijs over organisaties structureel te dun blijft, staat een groot deel van elke kaart op niet vastgesteld. Dan moet de waarde uit iets anders komen dan uit de kaart alleen.